De Balkanoorlog in vijf beelden: deel 2 Adagio voor de doden

  • 21 juli 2011
  • Erik van den Berg
Vedran Smailovic
Zoom
Vedran Smailovic

Robert Capa's foto van een sneuvelende soldaat in de Spaanse burgeroorlog; het meisje in de trein van Westerbork naar Auschwitz; het naakte Vietnamese meisje dat vlucht voor napalm-bombardementen: geen oorlog zonder beelden die zich in het collectief geheugen nestelen. Het is twintig jaar geleden dat de oorlog op de Balkan begon. Welke beelden groeiden uit tot icoon van dit conflict? Wat is het verhaal erachter en hoe kregen ze hun betekenis? Vijf beelden van de Balkanoorlog, met deze week deel 2: Adagio voor de doden.

In de rij voor wat brood

27 mei 1992, Sarajevo: mortieraanslag op een rij wachtende mensen
Zoom
27 mei 1992, Sarajevo: mortieraanslag op een rij wachtende mensen

Sarajevo, 27 mei 1992. Om tien uur 's ochtends staat een groep mensen hartje stad in de rij bij een van de laatste bakkers die open is, wachtend op wat brood. Tot opeens een mortiergranaat uit de lucht valt, precies in de menigte. Tweeëntwintig mannen, vrouwen en kinderen worden gedood. De 37-jarige Vedran Smailović kijkt zijn raam uit en ziet bloed, lichaamsdelen en puin.

Hij besluit dat het genoeg is geweest. Maar Smailović is politicus noch soldaat, hij is muzikant. Als getalenteerd cellospeler was hij tot 1992 onder meer actief voor de Opera van Sarajevo, het philharmonisch orkest en het Nationaal Theater van Sarajevo. In de nacht na de aanslag denkt Smailović lang na wat hij kan betekenen.

De volgende dag, loopt hij naar het midden van de straat waar de slachting plaatsvond. Hij draagt een kruk in de hand, en zijn cello. Chic gekleed, alsof hij op weg is naar een concert. Op de plek waar de mortier ingeslagen is neemt Smailović plaats, pakt zijn strijkstok en begin te spelen. Terwijl kogels en mortieren langsvliegen en sluipschutters op de loer liggen, klinkt vanuit de krater Albinoni’s Adagio in G klein. Ingetogen, maar vastberaden. Tweëntwintig dagen achtereen, een aubade voor elk slachtoffer. In de maanden daarop zet Smailović zijn concerten voort, op talloze plekken in de belegerde stad.

Context

Mikhail Evstafiev - De belegering van Sarajevo
Zoom
Mikhail Evstafiev - De belegering van Sarajevo
Regeringsgebouw van het Bosnische parlement staat in brand na te zijn geraakt bij een tankaanval (1992)

Bijna vijf jaar duurde de omsingeling van Sarajevo en de wurggreep die de Servische troepen op de stad uitoefenden. Ze zetten alle mogelijk middelen in om verzet en moraal te breken: tanks, mortiergeschut, sluipschutters. De mortieraanval is één uit een aantal, waarbij in één klap tientallen burgerslachtoffers vielen.

Hoewel wordt verondersteld dat ook het zogenaamde 'breadline-massacre' veroorzaakt is door een Servische mortier, wordt ook de Bosnische regering zelf verdacht. Waarnemers van de Verenigde Naties zouden zelfs hebben gezegd "dat de moslims hun eigen bevolking afgeslacht hadden", aldus The Independent.

De aanval van 27 mei vond plaats vlak voordat de Europese Unie ging vergaderen over het instellen van sancties tegen de Federale Repubiek van Joegoslavië, en zou daarom ingezet zijn als propagandamiddel "To win world sympathy and trigger intervention", zo meldde de Britse krant in augustus 1992.

De krater die werd veroorzaakt zou bovendien te groot zijn om door een mortieraanval te kunnen zijn aangericht. Mogelijk was het een explosief dat ter plekke tot ontploffing werd gebracht. Een geheim raport aan VN-commandant Satish Nambiar zou concluderen dat Izetbegovic-getrouwen deze bom af lieten gaan. VN-functionarissen onderschreven dit: "We believe it was a command (...) detonated explosion, probably in a can."

Het beeld

Vedran Smailović speelt cello in de deels verwoeste Nationale Bibliotheek in Sarajevo, 1992
Zoom
Vedran Smailović speelt cello in de deels verwoeste Nationale Bibliotheek in Sarajevo, 1992

Smailović speelt door, tot december 1993 betreedt hij het oorlogstoneel van begraafplaatsen, schuilkelders en ruïnes. Er zijn verschillende foto's van gemaakt. Op de afbeelding hierboven zit Smailović in het puin van de Nationale Bibliotheek, die deels verwoest werd bij een Servische aanval.

Maker van deze foto is de Russische fotograaf Mikhail Evstafiev (Moskou, 1963), die werkt als kunstenaar en fotograaf. Evstafiev was in de jaren tachtig in Afghanistan aanwezig als oorlogsfotograaf, en bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Conflicten in de Sovjet-deelstaten en op de Balkan werden door hem in beeld gebracht.

Efstafiev kwam in de zomer van 1992 naar Sarajevo als fotojournalist voor AFP. Efstafiev herinnert zich goed hoe de foto's tot stand kwamen: "Ik had daarvoor in tijdschriften al foto's gezien van Vedran (Smailović) op de Leeuwenbegraafplaats, en ik beloofde mezelf dat ik hem zou vinden. Ik was dus niet de eerste die hem fotografeerde, maar ik was wel de eerste die dat deed in de verwoeste Nationale Bibliotheek."

Toen Efstafiev aankwam in de stad had hij geen idee of Smailović nog in leven zou zijn. Na een paar weken ontmoette hij hem per toeval: "Ondanks de belegering waren er nog café's open in de stad. De mensen hadden geen geld om iets te kopen, dus ze hingen gewoon een beetje rond, speelden pool en praatten. Ik vroeg de eigenaar of hij van de cellist gehoord had en of deze nog leefde, waarop hij zei: 'daar zit hij, in de hoek'. Dus ik stelde me voor aan hem en kocht wat drankjes. Toen nodigde hij me uit naar zijn huis te komen."

Smailović vertelt Efstafiev dat hij hem de Nationale Bibliotheek wil laten zien. "Hij was van plan om er te spelen. Dat leek me niet zo'n goed idee, omdat het gebied er omheen nogal gevaarlijk was en om er te komen moest je voorbij enkele gevaarlijke straten vol sluipschutters. Maar dat hij aanbood om voor me te spelen was een unieke kans."

In een Mitsubishi vol kogelgaten reden ze naar de plek. Smailović gekleed in rokkostuum, speelt een half uur in de ruïne. Ondertussen loopt Efstafiev rond om foto's te nemen. Enkele ervan scande hij om naar AFP in Parijs op te sturen. Vreemd genoeg zat bovenstaand beeld daar niet bij. Efstafiev: "Pas later toen ik terug was in Moskou zag ik hoe goed dit beeld was. Ik heb het toen gepubliceerd op mijn website en later op Wikipedia."

De cellist van Sarajevo

Vedran Smailović, De cellist van Sarajevo (Foto: Mikhail Evstafiev)
Zoom
Vedran Smailović, De cellist van Sarajevo (Foto: Mikhail Evstafiev)

Een cello in de oorlog, het klinkt als een ontroerende wanhoopsdaad. Toch is dit voor Smailović de enige juiste beslissing. Hij kiest voor menselijke waardigheid, het leven, vrede en voor de mogelijkheid dat hoop zelfs in de meest duistere tijden kan bestaan. Tegen een journalist zei hij: "je vraagt me of ik gek ben om cello te gaan spelen, waarom vraag je niet of ze niet gek zijn dat ze Sarajevo bombarderen?"

Smailović verzetsdaad verspreidt zich snel door de media, en in de internationale pers verschijnen foto's met de rouwende man en zijn cello, op talloze locaties. Hij wordt geadopteerd als symbool voor de vrede en artiesten als David Bowie, Luciano Pavarotti, U2 en Paul Mc Cartney staan te springen om met hem op te treden. Smailović weigert en gaat ingetogen door.

In Nederland blijft het verhaal vreemd genoeg onder de radar. HP/De Tijd noemt het op 26 juni 1992 kort in het artikel 'Adagio voor de dood' van oorlogscorrespondent Bart Rijs, over de belegering van Sarajevo en de NRC publiceert in augustus 1993 een artikel uit The Guardian, met een grote afbeelding van Smailović op het kerkhof. Het beeld is van grote kracht, zonder tekst of uitleg.

Sommigen gaan ermee aan de haal. De Canadese schrijver Steven Galloway laat zich inspireren tot een roman, 'De cellist van Sarajevo' die in 2008 verschijnt. Het boek wordt internationaal geroemd, een bestseller en de rechten van het verhaal worden verkocht aan Hollywood. De cellist draagt de naam van Smailović, maar het is een ander verhaal: de bom ontplofte om 10 uur in de ochtend en hij speelde niet 22 dagen lang elke dag om 16.00 uur op dezelfde lokatie. In het boek beschermt een vrouwelijke sluipschutter de cellist, terwijl hij in realiteit zonder bewaking zijn leven trotseerde.

Smailović, die zich na de Balkanoorlog terug in het Noord-Ierse stadje Warren Point terugtrok om daar verder te musiceren, is woedend. Hij dreigt uit protest zijn cello te verbranden op dezelfde plek als waar hij zijn Adagio voor het eerst speelde. In The Sunday Times vertelde hij verontwaardigd: "Hoe kan dit? Ze stelen mijn naam en identiteit!" Galloway beweert dat Smailović' daad hem inspireerde tot het schrijven van het boek, maar dat hij het karakter van de hoofdpersoon niet baseerde op de echte cellist. De zaak kwam er vooralsnog niet. Het is wachten op de verfilming van het boek. Wanneer deze in productie gaat, zal Smailović zijn stem luider laten klinken. 

Het beeld van Smailović inspireerde de Engelse componist David Wilde tot het schrijven van een stuk voor cello. Niemand anders dan Yo Yo Ma speelde de compositie in 1994, tijdens het een festival in Manchester. In het stuk vullen duistere, onheilspellende klanken de ruimte, die langzaam aanzwellen tot een laatste bombast van geweld, om vervolgens weer weg te sterven. Na afloop van het concert bleef het stil. In de zaal stond iemand op, in een verschoten leren jas, met lang wild haar en een grote snor. De man liep naar het podium en de omhelsde Yo Yo Ma. Het was Vedran Smailović zelf. In het publiek ontplofte een emotionele bom.

 

Volgende week: de eerste beelden van een vermeend concentratiekamp in Trnopolje en Omarska (Bosnië-Herzegovina).

reacties