Uitzending Andere Tijden leidt tot herwaardering Olympische sporters 1956 krijgen alsnog erkenning

  • 3 juli 2006
Zoom

In het Olympisch Stadion vond op 27 juni een unieke reünie van oud-sporters plaats. Voor de eerste keer zagen 24 geselecteerden voor de Olympische Spelen van 1956 in Melbourne elkaar. Zij kwamen nooit in actie in Australië, omdat vlak voor aanvang van deze Spelen het NOC besloot een boycot uit te roepen uit protest tegen de Russische inval in Hongarije. In september 2000 maakte Andere Tijden een uitzending over de kwestie. Het is mede aan die uitzending te danken dat de sporters vijftig jaar na dato alsnog erkenning hebben gekregen. Erica Terpstra heeft namens NOC*NSF erkend dat deze boycot nooit uitgeroepen had mogen worden. "We moeten nu goedmaken wat er in 1956 is misgegaan." Terpstra erkende dat er fouten zijn gemaakt in 1956 en kwam met een aantal initiatieven om het namens NOC*NSF weer goed te maken. Over enkele maanden is er een speciaal diner voor alle sporters, die naar Melbourne hadden moeten gaan. Ook kregen de aanwezigen vandaag een speciale herinnering aan deze Spelen. Tot slot zijn ze erkend als Olympiërs, alhoewel sommigen uiteindelijk nooit meer aan de Olympische Spelen hebben meegedaan. De aanwezigen werden toegesproken door Ad van Liempt, eindredacteur van Andere Tijden. Hieronder is zijn toespraak te lezen.

Uitzending Andere Tijden leidt tot herwaardering

Ik vraag u om de komende tien minuten, voorzover mogelijk, in uw herinnering mee te gaan naar het jaar 1956. En niet alleen in uw herinnering, maar ook mentaal – dat is voor sportmensen toch niet teveel gevraagd. Naar de tijd dat er in heel Nederland hooguit 180.000 auto’s rondreden (het jaar ervoor was de eerste file uit onze geschiedenis ontstaan). Dat er nog geen 50.000 televisietoestellen in onze huiskamers stonden, waarop het NTS-journaal drie keer in de week een kwartier uitzond. En de tijd dat inspraak niet bestond, dat er nog waardering was voor krachtige besluiten die snel werden genomen en kordaat uitgevoerd.

Naar die tijd gaan we terug, naar november 1956. De Nederlandse ploeg bereidt zich voor op vertrek naar de Olympische Spelen van Melbourne en op de mogelijkheid dat we daar nóg meer winnen dan de vijf zilveren plakken van vier jaar eerder. De Spelen beginnen pas diep in november. De Olympische ploeg zal veertien dagen eerder vertrekken, maar sommige atleten zijn al vooruit gereisd, vooral de baanatleten.

Dan gaat het mis in de wereld. Op zondag 4 november gaat de Suez-crisis over in een Suez-oorlog, en tegelijkertijd rollen Russische tanks Boedapest binnen om de Hongaarse opstand in bloed te smoren. De wereld verstijft van schrik en bereidt zich voor op de derde wereldoorlog. In Nederland gaan de stenen door de ruiten van Felix Meritis, waar de communistische partij kantoor houdt en haar krant, De Waarheid, samenstelt.

En op de zelfde zondag van de inval begint de voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité, doctor Hans Linthorst Homan, voorbereidingen te treffen voor een vergadering van zijn bestuur. Hij peilt eerst de stemming bij een paar medebestuursleden, die mét hem vinden dat je onder deze omstandigheden niet kun meedoen aan een feestelijk sportevenement, waar ook de Russische ploeg aantreedt.
De volgende ochtend wordt hij in deze opvatting gesterkt door een telegram van de Nederlandse Katholieke Sportbond en de Christelijke Sport Unie. Die vinden gezamenlijk dat het beneden de menselijke waardigheid is om de “met bloed bevlekte Russische vlag door Nederlanders te doen eren”. Zo mooi was destijds ons taalgebruik.

Voor Linthorst Homan stond het besluit vast: Nederland zou zich terugtrekken. Het was een bijzondere man, die Linthorst Homan. Voor de oorlog al een bevlogen bestuurder, commissaris van de koningin in Groningen – zijn vader had diezelfde functie in Drente bekleed. Zijn rol in de oorlog is hevig omstreden. Hij was oprichter en met twee anderen leider van de Nederlandse Unie, een organisatie die een eigen weg voor Nederland wilde uitstippelen maar de samenwerking met de Duitse bezetter niet uit de weg ging.

Van het driemanschap dat de Unie leidde was Linthorst Homan het toegeeflijkst jegens Duitsland. Hij riep op om gul te geven aan de Winterhulp (een collecte voor voornamelijk noodlijdende NSB-ers) en hij stelde vast dat Duitsland de oorlog met 3-2 gewone had. Hoewel hij later in de oorlog gijzelaar werd en nog later in het verzet belandde, kostte dit gedrag hem na 1945 toch zijn carrière. Hij belandde in de diplomatieke dienst, het allerhoogste was niet meer voor hem wegelegd, maar in het Olympisch Comité kon hij zijn bestuurlijke capaciteiten toch heel aardig ontplooien.

Dat bleek in november 1956. Hans Linthorst Homan jaste het boycotbesluit er in no time door. Eerst door zijn eigen bestuur, waar hij de tegenstand van bestuurslid Quarles van Ufford bekwaam neutraliseerde. Daarna door de algemene vergadering, van dinsdagavond 6 november, in het KLM-gebouw in Den Haag. Zijn speech is bewaard gebleven.

Een citaat: “Zodra de radio, bij ieder onzer uur na uur ons op de hoogte houdende, ons verhaalde van wat over Boedapest als overrompelende ramp werd gebracht door een cynische verkrachting van alles wat de mens heilig is en de Russische tanks hun moordend werk begonnen, heb ik mij afgevraagd, of een gaan naar Melbourne zin zou hebben. Immers, wij zijn wel sportief, maar wij zijn niet halfzacht.”

Er is in de ledenvergadering maar één stem die bepleit wél te gaan, die van Simon de Wit van het Watersportverbond. Maar bij de stemming blijkt hij toch vóór te zijn met de aantekening dat hij hoopt dat “wij over het ingenomen standpunt later blij zullen zijn en trots.”

En de politiek dan, zult u vragen? Ook de politiek zag er in 1956 heel anders uit dan tegenwoordig. Die stelde zich op het standpunt dat het hier een beslissing van het Olympisch Comité betrof. Dat lijkt vandaag de dag ondenkbaar, alle politieke partijen zouden er onmiddellijk in alle media een standpunt over rondtoeteren – terecht, want daar hebben de burgers natuurlijk recht op. Maar in 1956 was het écht zo: in de notulen van de kabinetsvergadering, toen nog op maandag in plaats van vrijdag, staat dat de beslissing inderdaad aan het NOC werd overgelaten. Dat kon het kabinet met een gerust hart doen: Linthorst Homan had natuurlijk zijn contacten op het hoogste niveau en kon zijn medebestuursleden melden dat het besluit om niet te gaan wel degelijk door het kabinet zou worden toegejuicht.

En de sporters dan? Degenen die nog niet waren vertrokken vernamen via de krant dat ze hun Olympisch optreden wel konden vergeten. Voor de weinigen die televisie hebben verschijnt Linthorst Homan op 8 november in het NTS-journaal, waar hij recht in de camera, als een soort Wiegel avant la lettre, een verklaring aflegt. “We konden echt niet verder gaan,” zegt hij vanonder zijn strijdvaardige snor.

Inmiddels is de uitvoering van het besluit aan de orde. Er is een telegram opgesteld aan de leiding van de vooruitgereisde atletiekdelegatie, in het Olympisch Dorp in Melbourne. Mijn collega bij het geschiedenisprogramma Andere Tijden, Rob Bruins Slot, vond het in 2000, bij de voorbereiding van ons programma, terug in het archief.
Hier is de inhoud: ‘Buitengewone algemene vergadering besloot Nederlandse olympische deelneming terugtrekken stop Verlaat allen Olympisch Dorp stop Zoek elders onderdak stop Draag burgerkleding indien onmogelijk verwijder badge stop´
En dan volgden er nog enige instructies voor het opvangen van de Nederlandse officials die wél naar Melbourne zouden reizen.

Dat telegram kwam terecht bij Wim van Zijll, de befaamde official, die ik daarover zes jaar geleden nog kon spreken – nu zou dat helaas niet meer gaan. Van Zijll zei me, in 2000: ‘Een dwaas telegram! Een onwerkelijk telegram voor ons. Ik herinner me nog dat ik naar het ontbijt ging met dat telegram in mijn handen om ze dat mee te delen. Ik had zoveel lood in mijn schoenen dat ik amper kon praten.’

Aan die ontbijttafel zat, naast een paar anderen, Puck van Duyne-Brouwer, hardloopster, en mogelijk medaillekandidaat. Ze herinnerde zich dat verschrikkelijke moment nog heel goed. In haar onvervalst Rotterdams zei ze: ‘Ik geloof dat ik dacht: “Die doet gek, die maakt een grap”.

We moeten ons opnieuw realiseren dat het 1956 was: er bestond nog geen teletekst, en ook geen CNN. Het nieuws over het neerslaan van de Hongaarse opstand was nauwelijks in het Olympisch dorp doorgedrongen en was daar in ieder geval niet het gesprek van de dag onder de atleten. De wereld was nog geen dorp, die dagen.

Dat fameuze telegram “zoek elders onderdak, stop, draag burgerkleding, indien onmogelijk verwijder badge,” moet zijn opgesteld door de secretaris/penningmeester van het toenmalige NOC, de heer Van den Houten. Hij is het oudste nog levende erelid van het NOC, inmiddels 93. We zochten hem in 2000 op, toen hij nog in Luxemburg woonde, en lieten hem het telegram zien. Hij reageerde heel sportief, zoals het een erelid betaamt. “Als ik dat zo zie, dan moet ik dat wel geschreven hebben,” zei hij. “Dan had ik dat destijds toch wel wat vriendelijker, wat menselijker mogen formuleren. Zoiets doe je toch niet met sporters.”

Toen kennelijk wel. De Nederlandse ploeg bleef thuis, de vooruitgereisde sporters keerden huiswaarts zonder iets van de Spelen te hebben gezien. Eef Kamerbeek schijnt zich te herinneren dat hij vanuit het vliegtuig op weg naar huis nog een glimp van de openingsceremonie heeft opgevangen, ze vlogen pal over het Olympisch Stadion.

In dat stadion was het toen een drukte van belang. Vrijwel alle landen deden mee. Linthorst Homan bleek met zijn razendsnelle, en bestuurlijk perfect uitgevoerde operatie ver voor de muziek uit te zijn gelopen. En toen hij omkeek, bleek de rest totaal uit het zicht. Wat was er gebeurd?

Vrijwel alle Europese landen, die de Russische inval in Hongarije evenzeer afkeurden als wij dat deden, peinsden er niet over om hun sporters uit Melbourne terug te trekken. Er waren maar twee landen die het wel deden. Zwitserland en Spanje. Zwitserland bedacht zich na enige tijd en wilde toen tóch meedoen, maar dat lukte niet meer, want er was geen vliegtuig meer te krijgen om de sporters in te vervoeren. En zo verkeerde Nederland uitsluitend in het gezelschap van Spanje, het fascistische Spanje van dictator Franco – niet echt een partner waar je in de politiek mee voor de dag kon komen.

En Hongarije zelf? Dat deed natuurlijk wel mee, het moest wel. En het werd vierde in het medailleklassement, met 26 medailles. Wel ver achter nummer één, de Sovjet Unie, die haar met bloed bevlekte vlag 98 keer gehesen zag bij de medaille-uitreiking.

De kwestie heeft nog lang nagedreund in de Nederlandse sportwereld. Niet alleen bij de atleten die zich medaillekansen door de neus geboord zagen, zoals verspringer Henk Visser die in die dagen met 7 meter 98 de beste internationale seizoenprestatie op zijn naam had. Maar ook in bestuurlijke kring, waar Quarles van Ufford onder grote druk werd gezet om weg te blijven van het congres van de internationale hockeybond waarvan hij voorzitter is. Quarles ging toch, ondanks een telegram van Linthorst Homan met de passage: “Ik smeek je bijna, ik bid bijna, staak je strijd, werk mee dat wij als bestuur het team blijven dat wij meer dan ooit zijn en moeten zijn.”

Quarles van Ufford vloog toch naar Melbourne en leidde daar het hockeycongres. Zijn bestuurslidmaatschap van het NOC is snel daarna voorbij, en hij lijkt daarmee ook zijn erelidmaatschap van het NOC mis te lopen. Later wordt hem dat toch toegekend.

Dit hele verhaal is inmiddels vijftig jaar geleden. U mag nu van mij, ook mentaal, wel weer terugkeren naar het heden. Maar het blijft de kunst om de gebeurtenissen en beslissingen van toen te zien in het decor van toen en onder de politieke en maatschappelijke omstandigheden van toen. Wie dat kan, zal mild oordelen over de botheid van destijds.
Maar bót was het wel. Daar wil het met zijn tijd meegegroeide NOC*NSF vandaag iets aan doen. En vandaar dat ik het een eer en een genoegen vond in dit gezelschap en met deze aanleiding met u terug te gaan naar andere tijden. Ik zou zeggen: terug naar de onze.

reacties