Christenslaven, het witte goud

  • 12.08.2011
Vergroten

Slavernij is van alle tijden en alle volkeren. Grieken, Romeinen, Arabieren, Afrikanen, Europeanen, allemaal handelden zij in slaven. Zwarte Afrikanen werden op enorme schaal slachtoffer van de handel in slaven, maar ook, zij het in veel kleinere aantallen, christenen – witte Europeanen – werden als slaaf verhandeld.

Eind vijftiende eeuw verkennen Europese schepen een steeds groter deel van de wereld en wordt de handel internationaler. Vanaf het einde van de zestiende eeuw wordt de handel tussen Europa en Afrika intensiever. Afrikanen importeren via Europeanen Marokkaanse textiel en kleding; uit Benin brengen Europeanen kralen, katoen, palmolie en luipaardvellen naar de Goudkust. Uit India, Senegal en Gambia varen Nederlandse en Engelse schepen katoen naar de Goudkust. Nederlandse handelaren vervoeren tabak uit Brazilië naar Afrika.

Schepen die in de zeventiende en achttiende eeuw het Middellandse zeegebied bevaren, worden nogal eens slachtoffer van kapers uit Barbarije - dat deel van Noord-Afrika waar nu Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en Egypte liggen. De opvarenden worden gevangen genomen en als christenslaven te werk gesteld. Naar schatting zijn er in deze periode 1 à 1.2 miljoen Europeanen in het hele Middellandse Zee gebied gevangen en als slaaf te werk gesteld. Onder hen zo’n tien-, à twaalfduizend Nederlanders.
 

Losgeld

Gevangen genomen opvarenden konden alleen tegen betaling van losgeld vrijkomen. Er was nóg een manier om vrij te komen: je als christenslaaf te bekeren tot de Islam want moslims konden geen moslims als slaven houden.

Losgeld betalen was moeilijk, want voorzieningen waren er niet; nauwelijks verzekeringen, geen fondsen. De overheid en ook de reders stelden zich bovendien op het standpunt dat het losgeld een zaak van de familie was. De familie had geen andere keus dan de losprijs zelf bijeen te brengen en het geld via vertegenwoordigers van Nederlandse kooplieden in Noord Afrika, op de plaats van bestemming te bezorgen. Het ging vaak om duizenden gulden en om dat bedrag bij elkaar te krijgen, zagen familieleden zich genoodzaakt in hun eigen en omringende dorpen huis aan huis te collecteren.

Slavernij is in deze periode geen vreemd fenomeen in de wereld. Naarmate de wereld groter werd, kwamen volkeren en koninkrijken vaker met elkaar in contact en daarmee ook vaker in conflict. Slavernij maakte onderdeel uit van de onderlinge concurrentie en strijd. De grootste vijand en concurrent van De Republiek was in de 17e eeuw het Spaanse Rijk, waarmee de Republiek verwikkeld was in de Tachtigjarige Oorlog. In die periode raakt ook De Republiek betrokken bij de Transatlantische slavernij.

reacties