De bedorven kip van PDM

  • 17.11.2010
Vergroten

Het had de Tour De France van Erik Breukink moeten worden in 1991, maar na een week viel de hele ploeg ziek van de fiets. Bedorven kip was het verhaal.

Een stuntelende ploegarts bleek later. Renners, managers en artsen over het drama van PDM in Andere Tijden

 

15 juli 1991. De tiende etappe van de Tour de France dat jaar voert van Rennes naar Quimper over 208 kilometer. In het peloton vallen enkele renners stil, raken achterop. Kijkend naar de archiefbeelden, zien we Jean-Paul van Poppel koersen in een trui met lange mouwen, ondanks de zon. Martin Earley stapt halverwege de rit af. “40 graden koorts, man!” kreunt hij. Rillend kruipt hij achterin de bezemwagen. Iemand schuift hem een tas met spullen na. Uwe Raab is naar de start gekomen, heeft de presentielijst getekend, maar geeft al op voor hij start. Het zijn allemaal renners van de Nederlandse wielerploeg PDM. Getroffen door een mysterieuze ziekte. De volgende ochtend geeft de complete ploeg op.

Ploegleider Gisbers
Zoom
Ploegleider Gisbers

 

Ploegleider Gisbers geeft een verklaring aan de massaal toegestroomde wielerpers. De journalisten staan te dringen voor het hotel waar de ploeg die nacht heeft overnacht. De ziekste renner van de ploeg, Nico Verhoeven, is de vorige dag met de auto naar het ziekenhuis in Den Bosch gebracht. Daar wordt hij onderzocht en alles duidt op een voedselvergiftiging. ‘Bedorven kip’, zo is het verhaal. Een gisse journalist vraagt zich af of het niet vreemd is dat iedereen daarvan heeft gegeten, maar alleen de renners ziek zijn geworden. Gisbers begint te kuchen: ‘Ik heb niet iedereen gesproken, maar ik heb het deze nacht ook definitief gekregen’, beweert hij.

Superploeg PDM

Manfred Krikke
Zoom
Manfred Krikke
 

 

De PDM-ploeg is er een met uitstraling. De zwarte touringcar -De Bus- heeft een enorme aantrekkingskracht op álle renners uit het peloton. PDM heeft als een van de eersten in het peloton zo’n bus met een douche en een kleine keuken. De renners kunnen zich dan afzonderen, hoeven zich niet op straat om te kleden en het geeft een ongekend gevoel van luxe. Maar PDM had volgens oud-manager Manfred Krikke nog een aantal pré’s: “Goede begeleiding van álle renners, doelen kiezen en die niet uit het oog verliezen”. Dat zorgde ervoor dat iedereen zich inzette voor het hele team, aldus Krikke in zijn kantoor in Valkenswaard. “Maar we waren ook vroeg met het hebben van een dokter”. Krikke voert een revolutionaire scheiding in: hij houdt zich bezig met het management, neemt die taken weg bij ploegleider Gisbers, zodat die zich kan concentreren op de begeleiding van de renners.

“Het was een team met aanzien”, zegt Jean-Paul van Poppel, de sprinter van de ploeg. “Zij waren degenen die begonnen met die bus, met luxe zitplaatsen en een douche aan boord. Nu is dat heel normaal, maar dát was wat hoor, in die tijd”, lacht hij. Een kleurrijk team, vindt ook Sean Kelly. “Heel goed georganiseerd, met het grootste budget uit die tijd. En goede rijders, één van de beste teams in de wereld toen”, aldus Kelly.

1991 moet een superjaar worden voor de Nederlandse ploeg. Het jaar ervoor is kopman Erik Breukink derde geworden in de Tour de France. Dit jaar is het de bedoeling dat hij de Tour gaat winnen. Met Sean Kelly, Jean-Paul van Poppel, Raul Alcala en Breukink heeft de ploeg veel toppers in huis. Alle wedstrijden uit het voorseizoen van 1991 staan in dienst van de Tour. De Ronde van Zwitserland, de Vuelta in Spanje -die dan nog in mei werd verreden- ze worden allemaal gebruikt als training voor die ene wedstrijd die gewonnen moet gaan worden. Dat is het gestelde doel. En dat loopt goed. Van Poppel wint vier etappes in de Vuelta. Hij herinnert zich van de Ronde van Zwitserland dat ze midden in een etappe ineens een ploegentijdrit gingen oefenen. “Dan reden we in een etappe het hele peloton aan gort, over een stuk van vijftig kilometer, en dan stopten we ermee. Dan was het gedaan. Daarna gingen we achterin het peloton rijden”, aldus Van Poppel. “Het had geen zin de Ronde van Zwitserland te winnen, want alles ging om de Tour”, zegt ook ploegarts Wim Sanders. “Ook wel eng, alles op één wedstrijd, want wat als er iets gebeurt? Dan is je hele seizoen naar de knoppen”, geeft hij toe.

De Tour van 1991

Jean-Paul van Poppel
Zoom
Jean-Paul van Poppel

Dan begint op 6 juli de Tour de France. Na de proloog in Lyon ligt Breukink op de tweede plaats. De volgende dag bestaat uit twee etappes. In de eerste rit rijden Breukink, Kelly en Alcala een tijd in de kopgroep, anderhalve minuut voor de rest uit. Kelly mist net de overwinning. Na de ploegentijdrit van de middag staan Breukink, Kelly en Alcala binnen de eerste tien van het algemeen klassement. Vijf dagen later wint Van Poppel de etappe naar Argentan. Alles gaat volgens plan.

Een dag na de etappewinst is de individuele tijdrit. Breukink rijdt een groot deel van de 73km lange etappe zo goed, dat hij virtueel in de gele trui rijdt. Maar in het laatste deel van de etappe stort hij in en ziet Greg Lemond met het geel aan de haal gaan. Zes renners van PDM halen niet eens een plaats bij de eerste 100. Het is dan 13 juli.

Weer een dag later rijden de renners naar Rennes, in het vlakke Bretagne. Om de renners sneller op krachten te hebben zonder ze veel zwaar op de maag liggend voedsel te laten eten, heeft ploegarts Wim Sanders een middel bij zich. Intralipid. Het is geen doping, het is geen verboden middel. Het is een voedingssupplement op basis van soja, dat Sanders met een injectiespuit bij de renners zal inbrengen. Het middel wordt gebruikt als bijvoeding van ouden-van-dagen en patienten op de intensive care van een ziekenhuis die niet zelf kunnen eten. De ploegarts is van plan om het drie keer te gebruiken, elke week één keer.

Sanders geeft toe dat hij het middel eigenlijk niet kende. En niet had mee moeten nemen. “We hadden het eerst uit moeten proberen, in het voorseizoen”. Maar daarvoor was geen tijd. In deze overgeorganiseerde ploeg hebben hij en Gisbers een week voor de start van de tour een tip gekregen over de herstelversnellende werking van Intralipid. Ze besluiten het mee te nemen.

Sean Kelly heeft het met dokter Sanders uitgebreid over het middel gehad. Over de voordelen en over de problemen. “Sanders zei me dat het me 5% meer zou geven. Dat is veel, dus ik besloot het te doen”. Van Poppel had het middel de avond vóór zijn overwinning gehad. Hij herinnert zich dat die rit naar Argentan niet zijn beste dag was. Nooit had hij een slechte dag, maar dit was er toch één. Nico Verhoeven blijft de laatste dertig, veertig kilometer bij hem en rijdt hem naar voren. 400 meter voor het einde zet Van Poppel een ontsnapping op touw en slaagt. “Terwijl ik me die dag niet goed voelde. Ik had de avond tevoren Intralipid gehad, voelde me niet goed, maar het was nog niet zo hevig”.

In Rennes krijgen de renners het voor de tweede keer. Van Poppel is op zijn kamer, nog voor het avondeten. Dokter Sanders spuit hem de Intralipid in en binnen een paar minuten voelt Van Poppel het mis gaan. “Misschien ook wel direct. Rillingen… Wat ik me er van herinner is dat ik van minuut tot minuut leefde, of van seconde naar seconde eigenlijk. Ik kon mijn lichaam niet stil houden”. Het lijkt op een plotselinge griepaanval. Van Poppel gaat nog wel even naar het eten, maar verdwijnt na een paar minuten alweer naar zijn kamer. De volgende ochtend is Van Poppel nog even op de kamer van Nico Verhoeven en Uwe Raab. “Toen voelde ik me een stuk beter, want die waren er echt slecht aan toe. Als Verhoeven ter plekke het loodje had gelegd, dat had ik het ook geloofd. Zo slecht zag het eruit. Hij was heter dan veertig graden!”.

Die nacht wordt Sanders wakker van gebons op de deur van zijn kamer. Er staat een renner voor zijn deur, wie het was, weet hij nu niet meer. Niet lekker. En niet de enige: die hele nacht is het een komen en gaan van renners naar de kamer van Sanders. “Alle negen zijn ze langs geweest”, grimast Sanders. Op dat moment realiseert hij zich dat er iets niet in de haak is. Voor Sanders breekt de slechtste dag uit zijn carrière aan. Nico Verhoeven is zo ziek dat hij niet kan starten en met de auto terug wordt gebracht naar Nederland. Tijdens de rit stort de één na de ander in. Sanders rijdt op dat moment in één van de volgauto’s en ziet het gebeuren. Hij houdt zijn hart vast: “Ik zag ze als dooie mussen achterin het peloton rijden en ik dacht: oh-oh, als dat maar goed gaat!”.

Bij Kelly duurde het even voor hij problemen kreeg. Hij zegt ’s nachts ook niet langs te zijn geweest bij Sanders. “Je hebt vaak dat één of twee rijders ziek worden, van het eten, of omdat ze nerveus zijn. Ik voelde me redelijk goed. Maar de volgende morgen voelde het toch niet zo als de avond ervoor”. De start van de rit gaat nog goed, “maar na een paar uur, toen de dag vorderde, toen werd het steeds slechter”. Hij sprak met ploeggenoot Martin Earley, die ongeveer hetzelfde had. “Ik wist niet wat het was. Maar na aankomst wel. Dan heb je het erover en dan ga je denken: ‘wat hebben er gegeten of gehad?’ En dan moet het iets zijn wat alleen de renners hebben gehad..”, zegt Kelly, gezeten in zijn sportcentrum in Zuid-Ierland.

Manager Krikke krijgt telefoon. Hij is niet bij de ploeg, want hij voert onderhandelingen met een sponsor die PDM een jaar later zal gaan vervangen. Als hij hoort dat de hele ploeg ziek is, zakt hij op de vloer. Hij zegt voor dat telefoongesprek niet te hebben geweten dat er Intralipid werd gebruikt. “Ik ben bijna letterlijk door de grond gegaan. Je huilt. Dat geloof je misschien niet, maar het is echt zo”, zegt Krikke nu in zijn kantoor in Valkenswaard. Hij realiseert zich dat het hele seizoen verloren is.

Cover up?

Intralipid
Zoom
Intralipid

Wát de renners nu uiteindelijk zo ziek maakte is achteraf moeilijk vast te stellen. Intralipid mag niet warmer worden dan 25 graden, maar minstens zo belangrijk is dat een verpakking maar éénmaal mag worden gebruikt. In beide gevallen is er iets mis gegaan. “Mijn bagage gaat kamer in, kamer uit, in de zon, dan weer niet. Ik heb het me niet gerealiseerd”, zegt Sanders. Hoeveel flesjes Intralipid hij bij zich had, weet hij niet meer. Wel hoe vaak hij de flessen heeft aangeprikt. “Negen keer”, geeft hij toe. Hij sluit niet uit dat de hij inhoud daardoor met een bacterie infecteerde.

Intussen lijkt de verdoezeling in gang gezet. Ploegarts Sanders zegt al heel snel te hebben geweten dat het aan de Intralipid lag. Maar internist Paul Bouter, die in Den Bosch Nico Verhoeven behandelt, kan daarover geen absolute duidelijkheid geven. Het bloed van Nico Verhoeven moet op kweek gezet worden en het duurt een paar dagen voordat daarvan een uitslag komt. “Het lijkt op een bacteriële infectie, ten gevolge van een maaltijd die de renners op zondag hebben gehad”, aldus Bouter in het journaal in 1991. Voedselvergiftiging en dan blijken de renners kip gegeten te hebben. De conclusie, hoewel dan nog niet gestaafd door de kweek, ligt voor de hand. “Ik werd meteen gebeld door het hotel waar ze op die avond hadden gegeten: hoe of ik daarbij kwam!”, lacht Bouter in zijn kamer in het ziekenhuis in Den Bosch.

Krikke is naar het ziekenhuis gereden en vraagt Bouter of het niet sneller kan. Dat kan niet, het kost nu eenmaal een paar dagen. Maar het journaille wacht niet, weer ook Krikke. Sanders wilde wel vertellen dat hij Intralipid had toegediend, zegt hij nu. “Maar Krikke wilde het kip-verhaal”, aldus Sanders. Krikke herinnert het zich niet. “Ik denk dat ik heb gezegd dat we niets zouden zeggen, zolang we geen zekerheid hadden. Maar de pers wacht niet en het verhaal van de salmonella was er al uit”. Sanders heeft wel een reden voor. Waarschijnlijk was Krikke bang voor de negatieve klank die spuiten en infusen hadden, en voor de conclusie dat er doping in het spel zou zijn, die snel getrokken zou worden, zo analyseert hij nu. Maar die conclusie trekken de journalisten nu juist als al snel blijkt dat het ‘kip-verhaal’ niet waar blijkt te zijn. De ware toedracht wordt nooit duidelijk. Bouter heeft de flesjes Intralipid nodig om te vergelijken met zijn kweek. Die flesjes komen nooit aan in Den Bosch. “Die waren onderweg gesneuveld”, glimlacht hij.

Aftocht

Sean Kelly
Zoom
Sean Kelly

De hele ploeg verlaat de Tour. Over de busrit naar huis gaan verschillende verhalen. Sanders herinnert zich een rit waarbij de renners teleurgesteld waren. En dat begreep hij wel. Hij zou de renners ook gezegd hebben dat het aan de Intralipid lag, dat ze ziek zouden zijn, maar dat het niet gevaarlijk was. Dat ze veel moesten drinken. De renners herinneren zich het anders. “Als Sanders het heeft geweten, dan heeft hij het ons in ieder geval niet verteld!”, klinkt Kelly ook nu nog verontwaardigd. “Het zou aan de airco liggen, of aan het eten”. Ook Van Poppel ziet Sanders nog in de bus komen met wat medicijnen. En Sanders hield maar vol dat het niet aan de Intralipid lag. Daarvan werden Sean Kelly en Raul Alcala zo kwaad, dat ze Sanders dreigden in te spuiten met Intralipid. Sean Kelly begint te lachen: “Wij zeiden: ‘het moet de intralipid wel zijn’ en hij ging maar door: ‘Nee, het kan ook dit of dat zijn’. En op dat moment zeiden we: ‘luister, het beste bewijs daarvoor is het spul zelf maar eens nemen’”, zegt Kelly. “Zover gingen we niet, maar we waren 100% zeker”.

Het tragische is dat de dosis die Sanders toediende en waar de renners zo ziek van zijn geworden, niet eens toereikend was. Eigenlijk hadden ze aan het infuus moeten liggen en liters van dat spul hebben moeten krijgen, verklaart internist Bouter. Maar daarvoor ontbrak domweg de tijd. Sanders gaf ze een spuit van 20cc. Als Bouter dat hoort, zucht hij: “Dat is echt niets, dat geeft geen voedingswaarde. Ze hadden net zo goed een Bossche Bol kunnen eten”.

Tekst: Rob Bruins Slot
Research: Rob Bruins Slot
Samenstelling: Marcel Goedhart

Literatuur

Bart Jungmann en Fred Segaar, Sultans of Swing, De Muur nr 19 (Amsterdam 2008).

reacties