Spetters, de wording van een cynisch sprookje

  • 17.11.2010
Hans (Maarten Spanjer) en Fientje (Renée Soutendijk) in de frietkraam
Vergroten
Hans (Maarten Spanjer) en Fientje (Renée Soutendijk) in de frietkraam

De homobeweging geschokt, de vrouwenbeweging woedend - net als trouwens iedere fatsoenlijke Nederlander. De sex en het geweld in de speelfilm 'Spetters' van regisseur Paul Verhoeven veroorzaakten in 1980 een schokgolf in ons land. Een reconstructie van de opkomst en de ondergang van 'Spetters', in Andere Tijden.

Op 25 februari 1980 gaat Paul Verhoevens vijfde lange speelfilm ‘Spetters’ in 53 bioscopen in première. Met de mooie woorden ‘Spetters! Keihard en romantisch! Jouw film!’ worden in de winter van 1980 ruim een miljoen mensen naar de bioscopen gelokt.

Spetters is een coming-of-age film, een film waarin vijf jongeren worstelen met het volwassen worden. Nieuwe sterren als Renée Soutendijk, Maarten Spanjer, Toon Agterberg, Marianne Boyer en Hans van Tongeren worden gepresenteerd als de opvolgers van gearriveerde Verhoeven-acteurs zoals Rutger Hauer, Jeroen Krabbé en Monique van de Ven. De film is gewelddadig, er wordt gevloekt en zeer openhartig met seks omgegaan. Bovendien worden thema’s als religie en homoseksualiteit, die normaal gesproken taboe zijn in de Nederlandse film, niet vermeden.

Als de film klaar is, denken regisseur Paul Verhoeven en scenarist Gerard Soeteman dat ze een interessante en progressieve film hebben gemaakt. Een film waar het land al jaren op zit te wachten en de verwachting is dat de pers er enthousiast op zal reageren. Maar het loopt anders.

De film wordt genadeloos neergesabeld. Homo’s en vrouwen protesteren op een voor Nederland ongekend felle manier tegen de wijze waarop ze in de film worden geportretteerd. Ze krijgen zelfs Nederlands populairste talkshowhost achter zich. In haar ‘Goed Nieuws Show’ laat Sonja Barend zich voor een miljoenenpubliek zeer negatief uit over de film. Ook de schrijvende pers heeft geen goed woord voor de film over. ‘Fascistoïde vermaak’, schrijft een krant, ‘onwaardig kijkvoer’. De Volkskrant heeft het bij monde van Harry Hosman over ‘een diepzwarte poel voor personen wier geestelijke groei na drie jaar is opgehouden.’

Nu, twee decennia later, is de storm omtrent het verschijnen van Spetters geluwd. Voorzichtig wordt er begonnen met het eerherstel voor een van de meest cynische en rauwe films van de vaderlandse filmgeschiedenis. Volgens NRC-recensent Hans Beerenkamp vormt ‘Spetters’ niet alleen ‘een keerpunt, zowel in de ontwikkeling van Verhoeven als in het imago van de Nederlandse film,’ maar is zelfs een ‘profetische film die gewoon gemaakt moest worden’. Een reconstructie van de opkomst en de ondergang van Spetters: ‘de wording van een cynisch sprookje’.

Het wonderjaar 1971

Hans Beerekamp – filmrecensent NRC Handelsblad
Zoom
Hans Beerekamp – filmrecensent NRC Handelsblad

Een succesvol drietal

Tijdens de jaren zeventig maakt de Nederlandse speelfilm een grote bloei door. Met name het wonderjaar 1971 zal van doorslaggevend belang voor de Nederlandse filmgeschiedenis blijken te zijn. Paul Verhoeven en zijn toenmalige producent Rob Houwer debuteren met ‘Wat zien ik’. In datzelfde jaar verschijnen ‘Blue Movie’ (Wim Verstappen) en ‘Mira’ (Fons Rademakers). Deze drie films hebben allen een sterk erotische lading. Dit is een kenmerk van vele Nederlandse producties uit de jaren zeventig – seks verkoopt immers. Filmrecensent Hans Beerekamp: ‘Al die tijd bestond er een spanning tussen de publiekswaardering van de Hollandse films, die de seksuele revolutie tot diep in de provincie toegankelijk maakte, en de waardering van de filmcritici. Die onderkenden de vitaliteit en applaudisseerden, zij het een beetje plichtmatig, voor het streven naar een continue filmindustrie in de lage landen. Maar naarmate het decennium vorderde raakte het publiek in toenemende mate uitgekeken op de boertigheden en de blote tieten. De critici vertolkten die erotische vermoeidheid maar al te gretig.’

Het trio Verhoeven, Soeteman en Houwer is in de jaren zeventig zeer succesvol. In acht jaar tijd maken ze vier films waar in totaal tien miljoen mensen naar gaan kijken. Na ‘Wat zien ik’ (1971), volgt in 1973 ‘Turks Fruit’, in 1975 ‘Keetje Tippel’, en in 1977 ‘Soldaat van Oranje’. Het zijn ongelooflijke kassuccessen. Alles wat het drietal aanraakt, lijkt in goud te veranderen. En dan, in april 1978 kondigt Rob Houwer zijn nieuwste filmavontuur, met de werktitel ‘Erfolg’, aan. Het moet een internationale coproductie met Duitsland en de VS worden. Het scenario is bewerkt door Soeteman. Houwer doet de productie en de regie is natuurlijk wederom in handen van Verhoeven. Niets lijkt het trio’s vijfde succes op rij in de weg te staan.

‘Buddies’

    Hans (Maarten Spanjer) en Eef (Toon Agterberg)
Zoom
Hans (Maarten Spanjer) en Eef (Toon Agterberg)
besmeuren een ‘poot’ met lippenstift.

Een nieuw filmavontuur

 

Een paar maanden later loopt de samenwerking tussen de drie stuk. Verhoeven krijgt steeds meer het gevoel dat Houwer zich wel heel erg op de borst slaat en alle publiciteit naar zich toe trekt. Verhoeven: ‘Ik ergerde me eraan dat Houwer tegen iedereen riep dat hij die films had gemaakt. Onzin, Gerard en ik hebben al die films gemaakt.’ Houwer vertrekt en Verhoeven en Soeteman moeten op zoek naar een nieuwe producent. Een opvolger wordt gevonden in de persoon van Joop van den Ende, in die tijd al een groot theaterproducent, maar een nieuwkomer op het gebied van film. De enige film die Van den Ende eerder produceerde, ‘André van Duin’s Pretfilm’, wordt niet erg serieus genomen (ondanks het feit dat de film goed is voor meer dan vijfhonderdduizend bezoekers).

Verhoeven, Soeteman en Van den Ende richten samen de VSE Film BV op. Hun eerste project is de televisieproductie ‘Voorbij, voorbij’. Kort daarna volgt het eerste filmavontuur van de nieuwe BV: een project waar Soeteman al een paar jaar mee rondloopt: ‘In mijn werkomgeving maakte ik mee dat de zoon van een collega bij een brommerongeluk om het leven kwam. Dat werd het uitgangspunt: jongen rijdt zich dood. Vanaf dat punt zijn Paul en ik pingpongend aan het script gaan schrijven. Ik schrijf het script en dan voegt Paul karakters en scènes toe. Vervolgens ga ik er dan weer mee aan de gang… Hij schrijft het religieuze aspect erin en ik duw er een homo bij. Zit er een homo in dan is het een kleine stap naar potenrammen.’ Verhoeven: ‘‘Spetters’ moest de tegenhanger van ‘Soldaat van Oranje’ worden. Geen witte boorden helden die in dure villa's wonen en studeren, maar een verhaal over opportunistische jongeren die met hun gevoel niet uit de weg kunnen, in een klein christelijk dorp wonen, die in lettergrepen spreken en die seks niet gebruiken uit liefde maar als ruilmiddel.’ Soeteman: ‘Als je het goed bekijkt zou je ‘Spetters’ kunnen zie als een modern sprookje waarin drie ridders strijden om een jonkvrouw, waarbij de paarden zijn ingeruild voor motoren.’

‘‘Spetters’ is het verhaal van drie vrienden, allen motorsportfanaten, coureur Rien, monteur Eef en meeloper Hans. Rien is de meest getalenteerde en wordt door motorcrosskampioen Witkamp getipt als zijn opvolger. Hierdoor komt de vriendschap tussen de drie onder druk te staan. De opportunistische Fientje ziet in Rien een mogelijkheid om uit haar leven als patatbakster te ontsnappen en pikt Rien van zijn vriendin Maja af maar laat Rien even gemakkelijk vallen als hij door een ongeval verlamt raakt. Ze richt haar pijlen op Eef die veel geld blijkt te hebben en door laat schemeren dat hij met haar naar het buitenland wil emigreren. Eef blijkt een dubbelleven te hebben. ’s Avonds gaat hij naar de grote stad waar hij homoseksuelen afperst en in elkaar slaat. Eef wordt ruw wakker geschud als hij na een groepsverkrachting toch plezier blijkt te beleven aan de Griekse beginselen en valt voor zijn verkrachter. Maja is inmiddels bij de Pinkstergemeente en probeert Riens genezing te bespoedigen door gebedsgenezing en handoplegging. Als dit niet lukt pleegt Rien zelfmoord door met zijn invalidenwagen de snelweg op te rijden. Op datzelfde moment wordt het behalen van het landskampioenschap van Witkamp in de kroeg van de vader van Rien gevierd. De avond eindigt in mineur als deze kroeg door ruwe motorrijders kort en klein wordt geslagen. Op de puinhopen van het café maken Hans en Fientje de volgende dag plannen voor een eigen zaak. Een disco met inpandige snackbar, dat is de vooruitgang.’ (Uit: Skoop, 1981.)

De subsidieaanvraag

Arnoud van Deelen
Zoom
Arnoud van Deelen

Productiefonds voor Nederlandse Films

De eerste versie van het script van Spetters wordt voorgelegd aan de Stichting Productiefonds voor Nederlandse Films. Deze organisatie moet jaarlijks honderden scripts, ideeën en synopses beoordelen om te kijken of deze in aanmerking komen voor subsidie. Het bestuur van het fonds bestaat uit zes man: drie kroonleden, waaronder auteur Anton Koolhaas die optreed als voorzitter, en drie leden afkomstig uit de bioscoopwereld.

Arnoud van Deelen maakte drie jaar deel uit van het bestuur en is als enige van zijn medefondsleden uit die tijd nog in leven. Van Deelen: ‘Toen ik eraan begon kreeg ik te horen dat ik mijn vrije dagen en avonden wel kon vergeten. Dat klopte wel: tientallen vuistdikke scripts werden er maandelijks bij me thuis afgeleverd. En over die enorme stapel moesten we eens in de maand het besluit nemen of ze in aanmerking kwamen voor subsidie.’

Tijdens de vergadering van 15 december 1978 wordt er gevraagd om een besluit te nemen over het project ‘Jukebox’ van Jos Stelling, ‘Beheerst’ van Pim de la Parra ‘en een aanvraag van VSE FILM BV om een financiële bijdrage in de productiekosten van een Nederlandse hoofdfilm ‘Spetters’, oorspronkelijke titel ‘Buddies’, onder regie van Paul Verhoeven.’ Van Deelen: ‘Ik vond het shit, korter kan ik het niet samenvatten.’ Ook de andere bestuursleden zijn niet enthousiast over het project. Men vindt het verhaal te onwaarschijnlijk, onrealistisch, clichématig en bovendien te zwaar aangezet. De voorzitter, aldus de notulen van het Productiefonds, ‘is van mening dat het hele scenario van een vervalsing getuigt; “het is alles nodeloos gedoe”’. Tijdens de verdere discussie blijkt dat het bestuur niet wil uitsluiten dat de film een commercieel succes zal blijken, waarbij vergelijkingen worden getrokken naar de Amerikaanse kaskrakers ‘Grease’ en ‘Saturday Night Fever’. Hoewel het bestuur unaniem negatief is over Verhoevens project durft men het toch niet aan om het script zomaar van tafel te schuiven. Het bestuur is bang voor de reputatie die het trio heeft en besluit tot een gesprek met Verhoeven, Soeteman en Van den Ende waarbij ‘ze ter sprake zullen brengen of ze in de mentaliteit van de film nog enige veranderingen kunnen aanbrengen. Daarbij zal,’ zo staat het in de notulen, ‘ze duidelijk worden gemaakt dat het bestuur in de algemeen ernstige bezwaren tegen het scenario heeft. In afwachting van dit gesprek wordt de aanvrage aangehouden.’

‘God-ver-domme’

Regisseur Paul Verhoeven
Zoom
Regisseur Paul Verhoeven

Een roerige vergadering

Het gesprek dat in december 1978 plaatsvindt zal een van de roerigste vergaderingen in de geschiedenis van Stichting Productiefonds voor Nederlandse Films worden. Voorzitter Anton Koolhaas zal in latere notulen vermelden dat het een ‘onplezierig en emotioneel gesprek was’.
Bij het gesprek zijn vijf man aanwezig: Koolhaas en J. van Taalingen, respectievelijk voorzitter en secretaris van het Productiefonds, en Verhoeven, Soeteman en Van den Ende. Van Deelen is niet aanwezig maar hij weet zeker dat het een buitengewoon pittig en emotioneel gesprek is geweest: ‘Verhoeven en Soeteman voelden zich op hun pik getrapt door dat stelletje regenten die hun wel eens zouden vertellen wat ze van hun geweldige script vonden. Ze waren razend en ik denk dat de asbakken door de lucht zijn gegaan. Maar dat fantaseer ik.’

Paul Verhoeven en het bestuur van het Productiefonds hebben van oudsher een zeer slechte verstandhouding. Verhoeven: ‘Als je in Nederland vier films hebt gemaakt die tot de succesvolste van de Nederlandse cinema behoren dan moet je iedere keer weer op je knieën liggen – reputatie of niet. Dan moet je weer helemaal overnieuw beginnen voor een miserabele zes ton.’ Het fonds is echter de mening toegedaan dat de films van Verhoeven zo commercieel zijn dat ze de subsidie van het fonds niet nodig hebben. Ook persoonlijk botert het niet. Zo heeft Anton Koolhaas na de verfilming van ‘Keetje Tippel’ ooit gezegd dat de makers voor deze film de doodstraf verdienen.

Bij de vergadering op 22 december 1978 is de toon al snel gezet. Voorzitter Koolhaas kwalificeert het scenario als ‘vuiligheid’. Over het personage van Fientje roept hij, volgens Verhoeven, met overslaande stem uit ‘en het is een hoer!’. Soeteman herinnert zich dat Joop van den Ende, die zich tot op dat moment stil heeft gehouden, het niet meer houdt. Langzaam en duidelijk articulerend vloekt hij: ‘God-ver-domme! God-ver-domme, godverdomme! God-ver-domme!’ Om vervolgens te briesen: ‘Hoe durf je zo met deze mensen om te gaan, zij die zoveel voor de Nederlands cinema hebben gedaan!?’ Om zijn woorden kracht bij te zetten slaat hij met enorme kracht met zijn gebalde vuist op tafel. Koolhaas schrikt zo hard dat hij een meter achteruit deinst.

‘Op dat moment kreeg ik toch wel de tranen in mijn ogen gewoon omdat die man zo voor ons project aan het vechten was,’ zegt Verhoeven later over het incident. Na afloop van het gesprek gaat het drietal naar buiten, waar Verhoeven en Van den Ende in lachen uitbarsten. ‘Ze hadden gewoon toneelgespeeld,’ is de reactie van een verbijsterde Soeteman. ‘Maar de emotie was echt,’ vult Verhoeven aan.

In de notulen van het Productiefonds schrijft voorzitter Koolhaas: ‘Het gesprek met de heren Van den Ende, Soeteman en Verhoeven was erg geëmotioneerd en onaangenaam. De heren waren beledigd door de afwijzing van hun script en hebben fel gereageerd. Zij zijn ten slotte weggegaan met het voornemen het scenario op sommige punten te herzien.’
Geheel volgens afspraak herschrijven regisseur en scenarist het script en een week voor de beslissende vergadering ligt bij ieder lid van het fonds een herziene versie in de bus. Het is een dik boekwerk waarbij de negen geheel of gedeeltelijk herschreven scènes op blauw papier zijn gekopieerd. Bovendien sturen Soeteman en Verhoeven het Productiefonds ook nog een ‘Toelichting op het scenario ‘Spetters!’’: dertig pagina’s met sociologische, psychologische, Bijbelse en andere intellectuele achtergronden bij het scenario. Met betrekking tot de bekering van Maja schrijven de filmmakers: ‘Uitgebreide studies hebben aangetoond dat zowel voor de massa als voor de enkeling geldt: in een tijd van existentiële onzekerheid neemt het geloof toe en neigt tot radicalisering. Die onzekerheid is vaak een maatschappelijke, veroorzaakt door economische achteruitgang of door dreiging van buitenaf. Het Messias-geloof van het Joodse volk bv. is niet los te zien van de Romeinse onderdrukking, juist de Romeinen kruisigden Jezus.’

Op 30 januari 1978 vind de laatste vergadering over het toekennen van de subsidie plaats. Het drietal is uitgenodigd om eventuele vragen te beantwoorden. Op de vraag van de voorzitter of de wijzigingen in het script al dan niet met tegenzin tot stand zijn gekomen antwoord Soeteman volgens de notulen: ‘Men is tegen zichzelf als men iets dat in redelijkheid wordt voorgesteld, totaal verwerpt.’ Hij zou de verandering met plezier hebben aangebracht.

De meeste leden van het Productiefonds herzien na de uitleg van het drietal en het herlezen van het aangepaste script hun mening. Men vindt dat de vervelende scènes menselijker zijn geworden, en dat het verhaal nu aannemelijker is. Enkele leden vinden zelfs dat hier misschien wel een goede film uit kan komen. De meerderheid van het bestuur heeft redelijk vertrouwen in de makers, en er wordt besloten Verhoeven, Soeteman en Van den Ende ‘the benefit of the doubt te geven’ en ze een renteloze lening te verstrekken.

Slechts één lid van het Productiefonds blijft tot het einde grote bezwaren tegen het script houden: Arnoud van Deelen, die het verhaal een vertekening van het arbeidersmilieu vindt. Van Deelen nu: ‘Ik vond het shit en ik blijf het shit vinden en ik vind het onbegrijpelijk dat de andere leden zich zo in hebben laten pakken door het drietal.’

Hoe de fondsleden zich hebben laten belazeren blijkt pas bij de première. Dan wordt duidelijk dat Verhoeven gewoon het eerste, door het Productiefonds verworpen script, heeft verfilmd. Verhoeven: ‘We hebben om in aanmerking te komen voor subsidie een aantal scènes herschreven. Zo wordt Eef, in het herziene script, als hij wordt betrapt bij het potenrammen niet door vier man verkracht maar krijgt hij een soort corrigerend klapje op de vingers. Maar toen we het geld binnen hadden heb ik gewoon het oorspronkelijke script verfilmd. Sterker nog: ik heb er een extra verkrachter ingeschreven. Nee, dat is niet verkeerd; in oorlog, liefde en film maken is alles toegestaan.’

De première

Uit: de Volkskrant, 23 februari 1980
Zoom
Uit: de Volkskrant, 23 februari 1980

Kritische reacties

De première van ‘Spetters’ in Tuschinski is een feest waar iedereen die iemand is in de stal van Van den Ende aanwezig is. Van André van Duin tot Corry van Gorp (die zich om onduidelijke redenen had uitgedost als Nina Hagen en alleen in het Duits wil antwoorden) en nog meer. Filmjournalisten zijn er nauwelijks. Sommigen hebben de film al tijdens de persvoorstelling gezien en anderen hebben gewoonweg geen uitnodiging en zitten in Rotterdam, bij het filmfestival. In de zaal zitten traditiegetrouw mensen van wie verwacht mag worden dat ze de film positief zullen beoordelen, maar zelfs dit publiek heeft aanmerkingen. Het blijkt een voorbode te zijn van wat er de komende dagen in de kranten zal verschijnen

Sinds de tijd van ‘Wat zien ik’ in 1971 bestaat er bij de critici in Nederland een zekere weerstand tegen de onverbloemde manier van filmen van Verhoeven. Bij elke film vallen de critici over hem heen, maar toch geniet de regisseur een zeker respect vanwege zijn vakmanschap, talent en zijn commerciële succes. Maar bij ‘Spetters’ lijkt het erop of Verhoeven en Soeteman alle krediet verbruikt hebben. De pers sabelt hun film in de meest grove bewoordingen neer. De Volkskrant heeft het over ‘een lading platte seks’, ‘een diepzwarte poel voor personen wier geestelijke groei na drie jaar is opgehouden’ en ‘van karaktertekening is net zo veel sprake als van haar op een biljartbal’. Het Haarlems Dagblad kopt ‘Onwaardig kijkvoer’ en Vrij Nederland schrijft: ‘‘Spetters’ demonstreert alle vooroordelen en stereotypen die men twintig jaar geleden al goeddeels uitgeroeid hoopte.’ Zelfs de Telegraaf-recensent uit zich in ongemeen felle bewoordingen. ‘Fascistoïde en onzedelijk amusement’ noemt de krant de film en dat terwijl kopstuk Henk van der Meijden op zijn pagina Privé gedurende een jaar bijna wekelijks aandacht aan Spetters heeft besteed.

Verhoeven zelf dacht ‘dat het een hele vooruitstrevende film was, iets waar we al jaren aan toe waren. Toen we de film aan de pers presenteerden dacht ik dat zij ook gelukkig zouden zijn omdat we eindelijk eens iets origineels hadden gemaakt. Omdat we eens aandacht gaven aan mensen die nou eens niet tot de elite van Nederland behoorden. Ik dacht dat we op het schild gehesen zouden worden vanwege onze gedurfde manier waarop we met seksualiteit enzovoort waren omgegaan. Maar dat gebeurde niet. Ik geloof niet dat de eerste vier maanden iemand iets positiefs over de film heeft gezegd of geschreven en dat is een slijtageslag voor je ego.’

Protesten

Pamflet dat door NASA '80 (Nederlandse Anti-Spetters Actie '80) werd uitgedeeld aan bioscoopgangers
Zoom
Pamflet dat door NASA '80 (Nederlandse Anti-Spetters Actie '80) werd uitgedeeld aan bioscoopgangers

‘Een gevaarlijke film’

Niet alleen de critici vallen over de film. Op een voor Nederland ongekend felle manier protesteren de homo- en de vrouwenbeweging tegen de wijze waarop ze in de film worden geportretteerd. Beerekamp tracht die heftigheid van de protesten te verklaren door te wijzen op het feit dat ‘Spetters’ ‘zich afspeelt in de wereld van de arbeiders’, en het feit dat ‘er voor de eerste maal een gewelddadig homoseksueel subthema in een Nederlandse film opgenomen.’ ‘Tegelijkertijd vond er in de samenleving een ommekeer plaats: een hedonistische levensstijl maakte langzaam plaats voor een moraliserende, en radicale homo's en lesbiennes bekritiseerden het heteroseksuele lustprincipe als een vorm van onderdrukking. Bovendien was de grachtengordel een beetje sufgeneukt en vond het misschien wel een verontrustende ontwikkeling dat patatbaksters uit Maassluis ook zomaar begonnen te doen waar ze zin in hadden. Seks moest, in hun optiek, gedaan worden met bloemen in het haar en niet uit opportunisme en om hogerop te komen. Zo hadden we het niet afgesproken was de gedachte en daarom was Verhoeven een smeerlap.’ ‘Daarnaast was Spetters met afstand de meest cynische film die tot op dat moment is gemaakt en gaf het een ontluisterend beeld van de jeugd en de manier waarop jongeren met elkaar om gingen. Opportunisme is het hoogste goed en vriendschappen tellen niet als er financieel gewin te behalen valt.’

‘Ik heb de film een paar dagen geleden nog een keer gezien en de eerste gedachte was dat ik hem aandoenlijk vond.’ Aan het woord is Cora Mulder, destijds woordvoerder voor de vrouwenbeweging in de protesten tegen Spetters. ‘Wat ik toen zag als een explosie van geweld, zag ik nu als een paar aardige jongens van het platteland die volwassen probeerden te worden.’
Cora Mulder maakte indertijd deel uit van de haastig opgerichte actiegroep NASA ’80 (Nederlandse Anti-Spetters Actie ’80). De NASA deelde voor bioscopen pamfletten uit aan het publiek waarin deze gewaarschuwd werd voor ‘een gevaarlijke film’:

‘Wij, vrouwen, leden van politieke partijen en homoseksuelen, vinden de film ‘Spetters’ een gevaarlijke film en wel om de volgende redenen: Deze film versterkt bestaande vooroordelen over vrouwen, homoseksuelen en andere bevolkingsgroepen: vrouwen zijn in deze film niets meer dan een mooi lichaam en een kut. (…) Deze film bevordert agressie: er wordt aanzet gegeven om homoseksuelen maar in elkaar te slaan en te beroven, als een soort tijdverdrijf. (…) Daarom proberen wij de Nederlanders door middel van publiciteit en folderacties zoals deze aan het denken te zetten. Wij richten ons daarom met name op hen die ‘SPETTERS’ gaan zien of al gezien hebben.’

Mulder: ‘We protesteerden in die tijd veel, eigenlijk tegen alles wat te maken had met oorlog en vrede, feminisme en porno. Daar waren we voor of tegen. En als je het niet eens was met de wereld dan deed je er wat aan. Achteraf denk ik dat we zo tegen die film waren omdat we de bedoelingen van de filmer niet begrepen. Ik weet ook niet of hij ze had, maar wij zagen ze in ieder geval niet. We waren recht in de leer en we vonden dat literatuur en toneel een boodschap moest hebben. In het pamflet staat dat de film niet realistisch is, maar achteraf denk ik dat de film wel realistisch is – alleen sprak ons die realiteit niet aan. We hadden liever een vormende film gehad waarin iemand ontdekte dat hij homo was en fantastisch werd opgevangen door iedereen en een fantastische carrière tegemoet ging. Dat hadden wij goed gevonden.’
NASA krijgt veel aandacht. Zelfs Sonja Barend heeft het erover in haar ‘Goed Nieuws Show’. Ze organiseert een discussie tussen Verhoeven en Van den Ende enerzijds en vertegenwoordigers van de linkse partijen, de homo- en de vrouwenbeweging anderzijds. Cora Mulder was als vertegenwoordiger van de vrouwenbeweging aanwezig. Ze weigerde voor de uitzending om Verhoeven en Van den Ende een hand te geven. Mulder: ‘Dat is niet meer voor te stellen. Ik vind dat nu gewoon vreselijk onbeschoft. Je moet Zorreguieta heten wil ik je nu geen hand geven.’
Van een discussie komt tijdens de uitzending weinig terecht. De partijen luisteren niet naar elkaar en reageren niet op elkaars standpunten. ‘We waren daar ook niet om te discussiëren. We wilden gewoon allemaal ons punt maken,’ aldus Mulder. Duidelijk is dat Sonja op de hand is van de tegenstanders. Van den Ende en Verhoeven krijgen nauwelijks kans om zich te verweren en aan het einde van het gesprek zegt Sonja dat een van de kranten over de film schrijft: ‘Spetters, een film van drie letters’, om vervolgens een betekenisvolle stilte te laten vallen waarin het publiek kan applaudisseren.
Na de uitzending van de ‘Goed Nieuws Show’ probeert een aantal homo's Verhoeven met lippenstift te besmeuren, net zoals de hoofdrolspelers in de film dat bij een homo doen. ‘Is het ze gelukt?,’ vraagt Gerard Soeteman eenentwintig jaar later. ‘Natuurlijk niet,’ antwoord Verhoeven schertsend, ‘ik heb ze in elkaar geslagen.’

Beerekamp denkt achteraf dat de kritieken wel een beetje overtrokken waren, en bovenal gezien moeten worden in de tijd, die een periode van overgang ‘van het anti-autoritaire denken naar een soort politieke correctheid’ was. Mulder onderschrijft dit: ‘Ik heb tegen ‘Spetters’ geprotesteerd, niet met oogkleppen op, maar gezien vanuit het perspectief van die tijd. Het kan best zo zijn dat mijn blik wat nauwer was dan die van anderen. Ik keek natuurlijk als feministe en niet als filmliefhebber.’

De protesten zijn hevig, kort en vergeefs. Binnen een paar maanden hebben 1,2 miljoen mensen de film gezien. De film verdwijnt uit de bioscoop en ook NASA wordt opgeheven. In Europa en New York zal Spetters onder eigen naam lange tijd in arthouses draaien. Uiteindelijk levert de film geen winst op – mede door een overschrijding van 2,5 miljoen op de begroting – en VSE Film BV houdt op te bestaan. Toch is ‘Spetters’ nog ergens goed voor: het blijkt Verhoevens visitekaartje tot Hollywood te zijn.

Tekst: Hein Hoffmann, Joost de Waal en Martijn Blekendaal
Research: Martijn Blekendaal
Reportage: Hein Hoffmann

Literatuur

Alex de Ronde, ‘Paul Verhoeven’, in: Nederlands Jaarboek Film (1985).
Rob van Scheers, Paul Verhoeven: de geautoriseerde biografie (Amsterdam 1996).
Mark van den Tempel, ‘Geen kaarslicht maar neonlicht. Paul Verhoeven en zijn Spetters’, in: Skoop (april 1992).
Mark van den Tempel, ‘De platgeslagen wereld van Paul Verhoeven. Spetters en de pers’, in Skoop (mei 1992).
Rob Tielman, Homoseksualiteit in Nederland: studie van een emancipatiebeweging (Meppel 1982).

Bronnen

Toon Agterberg en Renée Soutendijk
Zoom
Toon Agterberg en Renée Soutendijk

ARCHIEFMATERIAAL
- Notulen bestuursvergadering Productiefonds, d.d. 18 december 1978 en 30 januari 1979 (Archief Productiefonds in het Filmmuseum Amsterdam)
- Diverse scenarioversies van Spetters, inclusief een door G. Soeteman en P. Verhoeven geschreven ‘Toelichting op het scenario ‘Spetters’’, d.d. jan. 1979 (Archief Productiefonds, Filmmuseum Amsterdam)
- Knipselmap van Tuschinski-distributie

BEELDMATERIAAL
Film:
- Simon’s Sound Track, d.d. 10 januari 1980 (TROS)
- TROS Aktua 277, d.d. 28 februari 1980
- Sonja’s Goed Nieuws Show (VARA), d.d. 15 maart 1980
- TV Privé (TROS), 1980
- Diverse trailers van Spetters (Archief Productiefonds)
Foto’s:
- Setfoto’s en screentest-polaroids (privécollectie Hans Kemna)
- NASA ’80 demonstratie voor Tuschinski, d.d. 18 maart 1980 (Spaarnestad Foto Archief)
- Setfoto’s van Sabina Sarnitz

reacties